Het Koor

Mijn vriend Roberto is een getalenteerde muzikant en speelt de accordeon als muzikale begeleider voor een koor. Het koor bestaat uit vrouwen die liedjes uit hun jeugd zingen. Ze komen bijeen in het plaatselijke wijkcentrum. Nog niet zo lang geleden heb ik me bij het koor aangesloten hoewel ik zo vals als een kraai zing. Roberto had mij gevraagd of ik bij het koor wilde komen.

“Waarom wil je dat ik bij de koor kom zingen?” vroeg ik aan Roberto.

Roberto verzekerde mij dat het alleen voor de gezelligheid is.

Nou, “alleen voor de gezelligheid” is een uitspraak die ik vaker gehoord heb. Hij wordt over het slachtoffer gedrapeerd als een fijne winterjas die lekker op de schouders hangt.

Ik weet hoe belangrijk het koor is voor Roberto en om hem een plezier te doen ging ik akkoord maar wilde toch het echte antwoord weten.

“Waarom?”

“Omdat de mannen die wij hadden allemaal zijn overleden” zei Roberto met een nuchtere stem. “Een paar mannen zijn ziek. Eén heel erg ziek” vervolgde hij.

Ik stond stil.

Roberto spreekt vaak onbewust met een eentonige stem. Het is niet dat hij geen gevoel  heeft. Het komt door zijn objectief en eerlijk perspectief om mensen te observeren. Het is, denk ik, een genetisch erfgoed van zijn vader die bij de politie heeft gewerkt. Vroeg in onze relatie heeft Roberto mij verteld dat hij heel objectief naar mensen kan kijken zonder kwade gevoelens te hebben. Hij ziet dat als een voordeel.

“Dus jij wil dat ik het volgende slachtoffer voor het vrouwenkoor wordt” plaagde ik hem. Hij knikte glimlachend.

Eenvoudig gezegd, niemand in het koor kan echt zingen en een slechte stem meer of minder doet er niet toe. Mijn stem is de eenzame mannelijke stem in het koor.

Het is tenslotte alleen voor de gezelligheid.

Voordat de koorrepetitie begon verzamelden de vrouwen zich in het café van het wijkcentrum. De dirigent, Roberto en ik gingen de zaal in en gooide de ramen open. Het was een warme  zomerse middag. De stoelen stonden klaar. Toen de ramen open waren riep de dirigent de koorleden naar binnen en verzocht hen plaats te nemen.

Op de stoelen liggen altijd zwarte ordners met de liedjes. Elk liedje heeft een nummer. De tekst van het liedje staat op de genummerde bladzijde. De liedjes zijn Nederlandse populaire klassiekers. De melodieën zijn bij iedereen bekend.

De dirigent riep de naam van het nummer en de vrouwen begon te zingen. Niet iedereen tegelijk want veel waren nog steeds op zoek naar de bladzijde. De dirigent ging door met de beweging van zijn handen. Hij gebruikt geen baton. Hij bleef kalm want hij wist dat de dames hem gauw zouden inhalen.

Elke groep van 3 of meer mensen heeft een hiërarchie en het koor is geen uitzondering.

Ik werd daaraan herinnerd op mijn eerste repetitie bij het koor. Ria, die een levendige en uitgaande indruk maakt, zat twee stoelen rechts van mij dicht bij de ramen. Tussen ons zat een tengere en rustige vrouw die een vriendin van Ria bleek te zijn. Zij heet Esther.  

Tijdens het tweede liedje hoorde ik de fluistering van een zangvogel. Ik keek rechts naar een raam maar er was geen vogel te zien. Ria keek mij aan met een kleine grijns. Tijdens het derde liedje begon de vogel weer te fluiten. Toen viel het kwartje. De kleine vogel heet Ria.

Tijdens de pauze gooide de dirigent de ramen dicht. Geen last meer van vogeltjes.

Op de tweede koorrepetitie zei Ria tegen mij zo gauw als zij mij zag, “Ik zit in het midden van de rij vandaag, recht voor de dirigent.”

“Ja,” dacht ik, “een klassieke narcissist.” Ze moet het middelpunt van de aandacht zijn.

Ria zat nu twee plaatsen links van mij en dus in mijn gezichtsveld. Ik merkte op dat zij weinig naar het koorboek keek. De koor ordner lag op een kruk voor haar. Ze kende de woorden van all de liedjes, min of meer. Gelukkig, want veel liedjes kloppen niet helemaal, of er staan kleine foutjes in de tekst, of het refrein is niet duidelijk aangegeven, of hetzelfde liedje staat niet in alle ordners.

De dirigent vroeg de dames van het koor te roepen welk nummer ze wilden zingen. De naam van een lied werd nooit gegeven maar alleen het nummer. De dirigent riep naar de achterste rij en vroeg aan Emma. “Emma, welk liedje zullen wij zingen?”

“8”, riep Emma. Iedereen begon te zoeken naar 8 en vroeg waar 8 stond. Ria draaide zich om in haar stoel en zei met een grijns “Er is geen bladzijde 8, Emma. Je moet een nummer geven dat wij hebben” zei zij met een kleine lach.

De dirigent zei tegen Ria, “Jij kan kiezen Ria. Wat wil jij?”

Voor Ria een antwoord kon geven zei een vrouw die in de rij achter Ria zat, “Nummer 26 Ria. Laat ons nummer 26 zingen.” De dirigent vond dat een prima idee en voor Ria bezwaar kon maken riept hij, “Ok, 26.”

Nummer 26 is een liedje dat geen regelmatige volgorde tussen coupletten en refrein heeft.  De laatste regel van het refrein wordt soms 2 keer herhaald en soms 3 keer. Ria pakte haar ordner en probeerde de bladzijde snel te vinden maar het gehaast maakte het alleen maar moeilijker. Voordat Ria klaar was hield de dirigent zijn rechter pols omhoog en begon. Het was duidelijk dat Ria haar plaats kwijt was. Esther plaatste een gestrekte vinger op een bladzijde. Ik keek naar de vrouw achter Ria. Zij zat met een grijns op haar gezicht.

De dirigent bracht zijn pols naar beneden.

Over tomc49

I enjoy new things, experiences and people. I also enjoy creative writing.
Dit bericht werd geplaatst in Gay Life, musings. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s